Joris Iven

Uit: Dichtbij ons, één van ons – 2018

 

Stoepa, tempel

 

Sandès heeft in het onderwijs de weg gevolgd die de meeste jongens van twaalf hier hebben afgelegd: de kleuterklasjes, waar hij zich weinig van herinnert, en de lagere school, die hij heeft afgemaakt. Nu zit hij in de eerste graad en studeert wiskunde-wetenschappen.

   In de zomervakantie heeft hij zijn familie in Nepal bezocht. Van het vliegveld van Tribhuvan naar Thamel, de wijk waar zijn familie woont. Verharde aarden straten, kleine huizen dicht op elkaar, vele elektriciteitsdraden van paal naar paal, van paal naar huis, open winkels met stille, zittende of luid roepende verkopers, kraampjes, en als je omhoog kijkt, de daken van een andere wijk, de toppen van heuvels en bergen.

   Hier woont opa Lok Bahadur, alleen. Oma Kamala is drie jaar geleden overleden. Hier wonen ook mama Subhadra’s zussen, Muna en Shampa.

   Opa Lok Bahadur is honderd. Sandès is opgelucht dat hij zijn opa nog eens ziet. Opa had al dood kunnen zijn. Het kan nu ook de laatste keer zijn dat hij zijn opa heeft gezien.

   Hij heeft de brug over de Bishnumati-rivier genomen en is langs de aap Hanoeman bij de ingang van het paleis gelopen. Hij heeft de rondgang van de Bouddhanath-stoepa gedaan en is in het garbha griha van de Shiva-Parvati-tempel geweest.

   Hij heeft de geur van vuur, wierook en kruiden gesnoven bij de Pashupatinath-tempel, waar de doden bij de heilige Bagmati-rivier worden gecremeerd. Hij heeft op de berghelling gestaan en opgekeken naar het Kailashnath Mahadev-beeld van Shiva, de hindoegod.

   Samen met zijn mama Subhadra belt hij verscheidene keren per week met de familie in Nepal.

   Maar hij is blij dat hij in België woont. Nepal zou moeilijker zijn geweest.

 

 

De wieg, het kind

 

Na een jarenlange relatie is ze plots vrijgezel. Ze is vrij.

   Een vriend zegt dan: “Ik had altijd gedacht dat jij eens naar Afrika zou gaan.”

   En Treesje denkt dan: dat is zo, dat is mijn kinderdroom.

   Als ze afgestudeerd is als pedagoge, solliciteert ze voor werk. Na acht maanden heeft ze genoeg verdiend om twee maanden op vakantie te gaan. Oeganda, Kenia, Rwanda.

   En dan gaat ze jaar na jaar terug, en terug. En ze blijft langer, en langer.

   Een van de mooiste momenten heeft ze in 2013. Ze heeft hier haar werk stopgezet. Ze komt in de ochtend in Mombassa aan, staat buiten aan de luchthaven, de rugzak aan haar voeten, geen retourticket want ze weet niet vanuit welk land ze zal teruggaan. Ze is zevenentwintig en de wereld ligt voor haar open.

   De verhalen van sommige mensen raken haar. Ze probeert te helpen. In die hulpverlening komt structuur. Ze bouwt zich op, ze breidt zich uit. Ze geeft onderwijsondersteuning en betaalt het schoolgeld van een honderdtal kinderen. Ze geeft gezinsondersteuning aan families die weeskinderen opvangen. Ze geeft geld voor een operatie van een meisje met een klompvoet die nooit is behandeld.

   Ze heeft haar plaats gevonden in Kenia, de wieg van de mensheid. Die plaats heet Naivasha. Naivasha ligt aan het meer, omringd met gele koortsbomen, papyrusplanten, grasweiden en sloppenwijken. Er zijn flamingo’s, giraffen, waterbuffels en arme mensen op zoek naar werk in de bloemenplantages.

   Zij zet duurzaam toerisme op, waarbij lokale mensen en toeristen elkaar ontmoeten. Zij laat de Westerse mens in Kenia meer zien dan alleen de dieren. Het land biedt meer aan dan een safari.

   Ze heeft het plannen losgelaten. Alles is mogelijk. Ze maakt zich niet druk om wat gaat gebeuren. Er is zoveel wat men niet in de hand heeft. Het leven zal de weg wel wijzen.

   Ze is zwanger van Mwihuungi Watetu.

   De werelden vermengen zich. Ze versmelten.

 

 

 

· Naar introductiepagina

· Bloemlezing eigen  poëzie

· Vertalingen eigen  poëzie

· Vertalingen

· Essays

· Toneel